De verkeerde tegenstander
De verkeerde tegenstander
Docent maatschappijleer, maatschappijwetenschappen en filosofie
Onbehagen. Waarom hebben de gepresenteerde miljoennota en de daaropvolgende politieke beschouwingen dit gevoel teweeggebracht? Of, misschien beter, waarom hebben deze politieke instituties dit gevoel bestendigd? Een al langer sluimerend gevoel dat de politiek tekortschiet. Een zoektocht naar zowel een verklarende diagnose als een remedie. Waarom er sprake lijkt van een te nauwe blik op politiek conflict en hoe die via onderwijs weer kan worden verbreed.
Wat verloren is gegaan, kan weer worden hersteld.
Het feest van de democratie, de Algemene Politieke Beschouwingen, werd dit jaar gevierd met een dans rond hetzelfde thema. De oppositie verzoekt de coalitie te kiezen om links- of rechtsom te gaan maar zij weifelt en blijft besluiteloos, innerlijk verscheurd als ze is. Het oogt zwak, verlamd en inhoudsloos. De interne verdeeldheid van de coalitie legt echter ook bloot dat achter dit verzoek meer schuilgaat dan een discussie over begrotingsposten, koopkrachtplaatjes of belastingtarieven, hoe boekhoudkundig we ons de BV Nederland ook willen voorstellen. Uiteindelijk draait de keuze om twee verschillende visies op mens en samenleving.
Deze APB tonen de angst om kleur te bekennen, een politiek van waardenloosheid. Waardenloosheid kan je vieren onder de noemer van pragmatisme, bestuur gericht op consensus en efficiëntie. Maar wat heeft dit opgeleverd? Welk maatschappelijk probleem is niet op de lange baan geschoven onder deze bestuurscultuur? De VVD heeft zich ondertussen aan de rechterflank laten inhalen door partijen met een waardegeladen verhaal. Ook aan de linkerzijde is men er onvoldoende in geslaagd een overtuigend verhaal te presenteren.
Aan de rechterkant staat een politiek die de nadruk legt op individuele verantwoordelijkheid, een kleinere overheid en een exclusieve definitie van gemeenschap. Aan de andere kant een politiek die vertrekt vanuit solidariteit, collectieve voorzieningen en inclusiviteit. Het eerste verhaal lijkt momenteel electorale aantrekkingskracht te hebben. Niet alleen in Nederland, maar in vrijwel de gehele westerse wereld.
Deze ontwikkeling is niet van recente aard. Wat we meemaken is een inmiddels twee decennia durend proces. De aanslagen van 11 september 2001 en de politieke doorbraak van Pim Fortuyn markeerden het begin van een nieuw tijdperk. Sindsdien is de dominante politieke tegenstelling langzaam verschoven van sociaaleconomische vraagstukken, die onder Paars ook al tamelijk technocratisch werden gemanaged, naar culturele vraagstukken. Debatten over arbeidsverhoudingen, vermogensongelijkheid en economische macht maakten steeds vaker plaats voor discussies over nationale identiteit, immigratie, integratie en veiligheid.
De economische tegenstellingen verdwenen slechts van het politieke toneel, niet uit de maatschappij. Daar namen ze juist toe. De vergrote sociale ongelijkheid leidt tot verminderde gevoelens van welzijn en welvaart en een enorm wantrouwen tegenover instituties. Deze woede en wantrouwen worden echter verkeerd geïndexeerd. Bovenmatig als culturele kwesties geframed, terwijl economische verklaringen hiervoor niet voldoende worden besproken. Het debat is cultureel gepolitiseerd terwijl economische keuzes worden gedepolitiseerd en als vanzelfsprekende waarheden worden gepresenteerd.
Wat helpt ons de verschuiving van de politieke schijnwerper te verklaren? Politiek conflict is aan de oppervlakte een strijd om botsende belangen, daarachter schuilen de denkbeelden die deze belangen vormen en van betekenis voorzien. Hoe interpreteren mensen maatschappelijke problemen en waaraan schrijven ze deze toe? Hoe ver reikt de verbeelding van mensen om ze te verklaren en welke tegenstanders betreden dan het toneel? Dat de lens waarmee we kijken zo scherp........
