Zal ik iets over Jezus zeggen en dan niet over het kindeke, hoewel het bijna kerst is? Om te beginnen moet ik bekennen dat ik hem niet goed ken. Eigenlijk alleen van horen zeggen. Er zijn mensen, ik weet het uit ervaring, die hem wel goed kennen; ze spreken hem regelmatig, horen zijn stem, ervaren zijn aanwezigheid en zijn bijstand, niet zelden ook zijn praktische hulp. Op niets van dat alles kan ik mij beroepen.

Maar ik denk soms wel aan hem, misschien zelfs vaak, en deze week gebeurde dat nadat ik de ontroerende documentaire Donderdagen met Dirk de Wachter had gezien. Als ik me goed herinner komt de naam Jezus daar niet in voor, maar de Vlaamse psychiater alias verdrietdokter, die is getroffen door uitgezaaide maagkanker, noemde zichzelf wel een ‘christelijke non-theïst’. Geen atheïst, zei hij, want daarmee definieer je jezelf als tegenstander van iets en hij wil juist voorstander zijn, in de eerste plaats van het leven, het léven.

Over het ‘christelijke’ weidde hij verder niet uit, maar het verwijst natuurlijk naar Christus en daarmee naar Jezus. En omdat De Wachter steeds weer terugkwam op de Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas als zijn grote inspirator – we zien hem in de documentaire bloemen leggen op diens graf – kwam er een vraag in mij op. Voor Levinas balt de betekenis van het leven zich samen in de ontmoeting met de ander; je bent verantwoordelijk voor de ander omdat er waardigheid schuilt in ieder mens. En ik vroeg me af: wat vond Levinas als jood eigenlijk van Jezus? Noem het een kerstvraag.

Het resultaat was dat ik een lange avond doorbracht met een stapel boeken op de bank, met daarbij steeds een half oog op mijn televisiescherm, want Zelenski was in Washington aangekomen en dat wilde ik volgen – kerst 2022 is vooral ook oorlogskerst. Uit de boeken leerde ik dat Levinas zich tot zijn eigen verbazing heel goed kon vinden in ‘de visie op de mens’ die hij bij Jezus aantrof, namelijk dat wie de arme verjaagt die aanklopt om brood, God zelf verjaagt.

Maar was Jezus de messias en betekent dat dat hij ook God was? Zo denkt Levinas helemaal niet. Toch ziet hij wel wat in het messianisme, zij het dan een messianisme van elk uniek individu. “Ik ben gegijzeld, ik ben geroepen, uitverkoren om het appèl van de ander te beantwoorden. Dat bedoel ik met messias zijn, ik ben gekomen om de wereld te redden. En natuurlijk vergeet ik dat, we zijn allemaal messiassen die het vergeten.”

Het zijn grote woorden, daar hield Levinas van. Zelf heb ik het liever wat kariger, maar de omschrijving van de mens als een vergeetachtige messias bevalt me wel. Wij zijn veel vergeten. Stel dat Jezus na al die eeuwen weer terugkwam, veel ouder nu. En hij zou zien hoe oorlog, onderdrukking, armoede nog altijd heersen – hoe zou hij lijden onder wie wij waren.

Mijn stapel boeken bevatte ook de bundel Ik blijf van hem dromen, met poëzie over Jezus. Daarin trof ik een gedicht dat iets leek te vertellen over zo’n vermoeide messias: Agnus Dei van Hans Werkman, gebaseerd op een schilderij uit 1490.

Schaapachtig zit je daar op moeders schoot.

Onnozel staar je in de verte, bloot

oud ventje, stijf, vroegwijs en primitief.

Lelijk zoontje van God, ik heb je lief.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

QOSHE - Dit gedicht leek iets te vertellen over een vermoeide messias - Stevo Akkerman
menu_open
Columnists . News Actual . Favourites . Archive
We use cookies to provide some features and experiences in QOSHE

More information  .  Close
Aa Aa Aa
- A +

Dit gedicht leek iets te vertellen over een vermoeide messias

9 5 1
23.12.2022

Zal ik iets over Jezus zeggen en dan niet over het kindeke, hoewel het bijna kerst is? Om te beginnen moet ik bekennen dat ik hem niet goed ken. Eigenlijk alleen van horen zeggen. Er zijn mensen, ik weet het uit ervaring, die hem wel goed kennen; ze spreken hem regelmatig, horen zijn stem, ervaren zijn aanwezigheid en zijn bijstand, niet zelden ook zijn praktische hulp. Op niets van dat alles kan ik mij beroepen.

Maar ik denk soms wel aan hem, misschien zelfs vaak, en deze week gebeurde dat nadat ik de ontroerende documentaire Donderdagen met Dirk de Wachter had gezien. Als ik me goed herinner komt de naam Jezus daar niet in voor, maar de Vlaamse psychiater alias verdrietdokter, die is getroffen door uitgezaaide maagkanker, noemde zichzelf wel een ‘christelijke non-theïst’. Geen atheïst, zei hij, want daarmee definieer je jezelf als tegenstander van........

© Trouw


Get it on Google Play