In 1996 openden twee leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Chris Cox en Ron Wyden, de doos van Pandora. Cox en Wyden zagen in deze begindagen van het internet dat internet serviceproviders steeds vaker aangeklaagd werden wegens smaad, omdat zij websites hostten waarop lasterlijke content stond. Uit angst dat het internet zich niet zou kunnen ontwikkelen als internetbedrijven de ene na de andere rechtszaak moeten uitvechten, schreven Cox en Wyden Artikel 230 van de Amerikaanse telecommunicatiewetgeving. Volgens Artikel 230 mogen internetbedrijven niet als uitgevers behandeld worden, een bepaling die ze vrijstelt van enige verantwoordelijkheid voor wat hun gebruikers publiceren. Deze wetgeving was een historische fout, die men nu met man en macht probeert te herstellen.

Artikel 230 heeft, zoals Cox en Wyden hoopten, de weg vrijgemaakt voor de enorme groei van het internet. Maar de wet zorgt er ook voor dat grote hoeveelheden schadelijke content moeiteloos via sociale media verspreid kunnen worden. Techbedrijven hoeven niet in te grijpen en doen dat ook nauwelijks, want content-moderatie kost klauwen vol geld.

De nieuwe Verordening Digitale Diensten (DSA, naar het Engelse Digital Services Act) van de Europese Commissie gaat dan ook doelbewust tegen het Amerikaanse Artikel 230 in. Binnen de DSA worden techbedrijven verplicht in te grijpen bij illegale content; een bittere noodzaak zoals iedereen weet die ooit een bericht op sociale media rapporteerde en een week later een nietszeggende reactie terugkreeg. Techbedrijven moeten dus veel actiever optreden om aan de DSA te voldoen, daar krijgen ze tot 1 januari 2024 de tijd voor.

Ook buiten de EU lijkt het feest van de techbedrijven voorbij. Zo werd een maand geleden in het VK de (gerechtelijke) ­lijkschouwing van Molly Russell afgerond. Maandenlang werd het meisje door de aanbevelingssystemen van Pinterest en Instagram gebombardeerd met huiveringwekkende content over depressie, zelfbeschadiging en zelfdoding. Russell overleed in 2017 op 14-jarige leeftijd, volgens het oordeel van de lijkschouwer niet aan suïcide maar aan ‘een daad van zelfbeschadiging terwijl zij leed aan depressie en de negatieve effecten van online content’. Wereldwijd is dit de eerste keer dat de aanbevelingssystemen van tech­bedrijven als doodsoorzaak benoemd zijn.

De schrik zal er hierdoor goed inzitten bij de techbedrijven. Vooral omdat het Amerikaanse Hooggerechtshof twee weken geleden heeft besloten om de zaak Gonzalez versus Google te horen. In 2015 werd de Amerikaanse studente Nohemi Gonzalez met 128 anderen door IS-terroristen vermoord tijdens de aanslagen in Parijs. De familie van Gonzalez heeft Google, het moederbedrijf van YouTube, aangeklaagd omdat “video’s die gebruikers op YouTube zagen het centrale middel waren dat IS gebruikte om steun te vergaren en mensen te rekruteren buiten de gebieden die zij controleerden in Syrië en Irak”. Het punt (en de slimmigheid) van de aanklacht is niet dat de video’s van IS niet op YouTube mochten staan – Artikel 230 staat dat toe –, maar dat Google aansprakelijk is voor de gevolgen van het automatisch aanbevelen van deze video’s aan haar gebruikers.

Hoe de beslissing van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit zal vallen kan ik niet zeggen. Maar in de doos van Pandora bleef Hoop achter. Ik hoop dat het juridische net zich eindelijk zal sluiten rondom de tech­bedrijven.

Ilyaz Nasrullah is consulent digitale strategie. Hij schrijft om de week een column voor Trouw. Lees ze hier terug.

QOSHE - Zijn techreuzen nu dan eindelijk verantwoordelijk? - Ilyaz Nasrullah
menu_open
Columnists . News Actual . Favourites . Archive
We use cookies to provide some features and experiences in QOSHE

More information  .  Close
Aa Aa Aa
- A +

Zijn techreuzen nu dan eindelijk verantwoordelijk?

4 21 28
27.10.2022

In 1996 openden twee leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Chris Cox en Ron Wyden, de doos van Pandora. Cox en Wyden zagen in deze begindagen van het internet dat internet serviceproviders steeds vaker aangeklaagd werden wegens smaad, omdat zij websites hostten waarop lasterlijke content stond. Uit angst dat het internet zich niet zou kunnen ontwikkelen als internetbedrijven de ene na de andere rechtszaak moeten uitvechten, schreven Cox en Wyden Artikel 230 van de Amerikaanse telecommunicatiewetgeving. Volgens Artikel 230 mogen internetbedrijven niet als uitgevers behandeld worden, een bepaling die ze vrijstelt van enige verantwoordelijkheid voor wat hun gebruikers publiceren. Deze wetgeving was een historische fout, die men nu met man en macht probeert te herstellen.

Artikel 230 heeft, zoals Cox en Wyden hoopten, de weg vrijgemaakt voor de enorme groei van het........

© Trouw


Get it on Google Play