We use cookies to provide some features and experiences in QOSHE

More information  .  Close
Aa Aa Aa
- A +

Moderne literatuur kan religie maar niet loslaten

4 0 0
22.01.2020

Waarom schrijven auteurs over het christelijke milieu waarvan ze afstand namen, zoals Jan Siebelink (”Knielen op een bed violen”) en Franca Treur (”Dorsvloer vol confetti”)? En waarom verkopen boeken over het ”algemeen betwijfelde geloof” zo goed?

Oscar Wilde schrijft, en dat lijkt voor iemand als Jan Siebelink op te gaan: „We worden gevormd door ons verleden. We kunnen ons er niet van ontdoen.” Met een zeker verlangen kan Jan Siebelink spreken over de religieuze ervaring van zijn vader, met een zekere nostalgie over bepaalde gebeurtenissen in zijn jeugd. Al is dat niet het hele verhaal. Ook bij hem is er soms venijnige kritiek op God en godsdienst.

Anders dan Jan Siebelink schetst Franca Treur een zeer herkenbaar beeld van de bevindelijk gereformeerde wereld. Bijvoorbeeld in haar roman ”Hoor nu mijn stem”, het verhaal van een jonge vrouw die opgroeit in de Gereformeerde Gemeenten, maar daar in haar studententijd na een innerlijk conflict afstand van neemt.

Waarom zijn boeken van auteurs als Siebelink en Treur zo geliefd? Mijn eerste gedachte is: omdat mensen er iets in herkennen van wat ze losgelaten hebben, iets waarvan het niet erg is als het aan de kaak gesteld wordt. Dat bevestigt hen in het idee dat ze een goede keuze hebben gemaakt. Natuurlijk is dat niet de enige reden.

Vleugje waardering

Was er in de jaren zeventig en tachtig in de literatuur sprake van woede en venijnige spot aan het adres van het christendom, onder anderen door Maarten ’t Hart, tegenwoordig heeft dat deels plaatsgemaakt voor subtielere kritiek en soms zelfs een vleugje waardering voor de voordelen van geloven.

Ongenuanceerd gezegd: Dertig of veertig jaar geleden werd er fel gevochten. Tegenwoordig wordt geloof nog wel eens........

© Reformatorisch Dagblad