Voor het eerst ga ik niet met droomangst slapen

Een práchtige dag vindt ie het. De laatste restjes ochtendnevel hangen in fijne sliertjes boven het dal, de zon spiekt boven de hoogste berg uit. Met zijn lange benen snelt hij voor me uit, hij klikt in zijn ski’s en zet af. Onmiddellijk suis ik hem achterna, zijn spoor volgend, als altijd.

Onderaan de helling omarmt hij me. “Héérlijk, kind.” Mijn vader spreekt altijd nadrukkelijk als hij enthousiast is. Iets is nimmer gewoon leuk, maar léúk, met streepje en uitroepteken. Maar als we elkaar lachend aankijken, komt opeens het besef. Dit kan helemaal niet, pap. Jij bent er niet meer.

Al weken gaat het zo. We zijn wezen skiën, kochten een schilderij, maakten een strandwandeling. Iedere nacht droom ik hem levend. Tot het lucide besef intreedt. Dit is niet echt. Hij is........

© Parool