Visiting professor Duke University, North Carolina

Het is lang goed gegaan.

Desi Bouterse. De Nederlander die in Suriname de regering wegschoot. Er is niemand die precies weet wanneer hij de Nederlandse nationaliteit verruilde voor de Surinaamse. Vóór 25 februari 1980 toen hij die halfslachtige coup pleegde? Of was het daarna? Een ding staat vast: hij was in 1980 in dienst van Defensie. Uitgezonden door het Nederlandse leger, om onder de Nederlandse vlag de net nieuw opgerichte Surinaamse Krijgsmacht (SKM) te versterken voor de periode van vijf jaar. Hij, en zijn secondant, Roy Horb streken voor die detachering in Suriname een royale suppletie op. Uitzending naar Suriname bracht een scala van carrièremogelijkheden, zoals opklimmen tot vak-officier bij terugkeer in Nederland.

Willem Oltmans beweerde bij leven en welzijn dat Nederland en de VS subversieve activiteiten ontplooiden en dat Bouterse daarom zo hard moest optreden (p. 101-103). Maar wie nam notitie van Oltmans’ scribenten en zijn bespiegelingen over de “Derde Wereld”? De rest van de Nederlandse media was niet veel beter. Bouterse was eerst een held, en na de Decembermoorden een schurk. Dat allerlei eerbiedwaardige burgers vanuit hun twee-onder-een kap hand en spandiensten verrichtten voor dat legergroene gespuis (Oltmans incluis) daar hoor je haast nooit iets over.

Laat mij deze discussie op zijn kop zetten door te concluderen dat Nederland inderdaad geobsedeerd is met Desi Bouterse. Spijkers op laagwater, zegt u? Ongefundeerde insinuaties, meent u? Bovendien waarom valt u ons weer lastig met dit soort woedende opiniestukken? Wat hebben wij in Nederland te maken wat er in die bananenrepubliek aan de overkant van het grote water gebeurt, gillen de reaguurders verontwaardigd.

Of u het leuk vindt of niet. Suriname is een intrinsiek deel van het Nederlandse verleden én het heden. Immers, kolonialisme komt met een lelijke nageboorte, het neokolonialisme. En neo-kolonialisme, dat is een echoput met een kraai-valse nagalm.

Laat mij u, met uw welnemen, even goed bijpraten: Om te beginnen die schele onafhankelijkheid en de leugen dat Suriname zeer goed verzorgd werd achtergelaten. Een blanco cheque als dowry? Neen, een ongedekte cheque zul je bedoelen. De ontwikkelingshulp kwam met duizend-en-één voorwaarden. Er was flinke bonje tussen de Surinaamse onderhandelaars, Henk Arron en Olton van Genderen, en de Nederlandse, Jan Pronk en Bas de Gaay Fortman. De twee laatsten wilden dat de gelden vooral besteed zouden worden aan sociale projecten, en dat een significant deel van de gelden terug zou vloeien in de Nederlandse schatkist. Het kabinet-Van Agt (1977-1981) deed de geldkraan stiekem maar o, zo subiet dicht. Progressieve bladen als Vrij Nederland verzuchtten dat er in Suriname nooit iets van de grond kwam. Wisten de schrijvers van deze artikelen dat de ontwikkelingsgelden tussen 1975-1980 feitelijk bevroren waren?

Ondertussen werd er geld verspild aan allerlei bilaterale commissies. Suriname was vooral in koude wintermaanden een pleisterplaats voor feestbeesten en zonaanbidders uit Den Haag. Een andere kostenpost was assistentie en advies aan het Surinaamse leger (lees: intelligence). Die rol was in eerste instantie weggelegd voor de militaire attaché Hans Valk. De Surinaamse regering weigerde diplomatiek agrément te verlenen, omdat Valk tegen de afspraken in naar Suriname was gezonden. Uiteindelijk liepen er twee “militair adviseurs” rond in Paramaribo. Eén die kantoor hield in het kampement en een andere, Valk die zijn dagen sleet met zwemmen en zonnen op de Officiersclub aan de overkant van het kampement.

Hans Valk kon vanuit zijn ligstoel bij het zwembad veel doen. Diverse onderofficieren kwamen bij hem klagen over de slechte (Surinaamse) legerleiding. En Valk, die liet zich niet onbetuigd. Hij hitste de manschappen op, en zette ze aan tot het plegen van hoogverraad. Niemand die optrad tegen deze schending van de Surinaamse soevereiniteit. De regering had weinig ervaring had met buitenlands beleid. Bovendien de witte man, die was nog steeds heer en meester……

Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik gesproken met 28 Nederlandse en Surinaamse politici en bestuurders. Jan Pronk en Bas de Gaay Fortman hebben niet gereageerd op mijn verzoek voor een gesprek. Bij Hans van Mierlo, Jules Wijdenbos en Ed van Thijn was ik welkom. Twee interviews, met de oud-ambassadeur Jonkheer Max Vegelin van Claerbergen, en oud-attaché Piet van Dijk waren zeer waardevol.

Vegelin van Claerbergen was ambassadeur van Nederland in Suriname tussen 1980-1981. Hij werd door Willem Oltmans “koloniaal” genoemd. Mogelijk omdat hij, anders dan zijn voorganger, niet gediend was van de ebenbürtigkeit van (de aan hem ondergeschikte) militaire attaché Hans Valk die zich, zo zei hij, uiterst onprofessioneel gedroeg. Piet van Dijk, militair adviseur en staf op de Nederlandse ambassade, die belast was met het opleiden van manschappen voor de militaire politie, beaamde dat Valk onprofessioneel (“pocher en praatjesmaker”) was: “maar ja, zo was de man nu eenmaal”.

Uit de gesprekken met Piet van Dijk en Vegelin van Claerbergen blijkt voorts dat politiek Den Haag niet goed wist hoe het probleem op te lossen. Er is diverse malen om de terugroeping van Valk gevraagd, maar Den Haag reageerde niet. Hans Valk had kennissen en vrinden (lees: prins Bernard) op zeer hoge plaatsen, zeggen de bronnen. Ook niet onbelangrijk: uitzending naar Suriname was ook voor Valk een belangrijke carrière-move geweest. Als hij teruggeroepen zou worden zoals Vegelin van Claerbergen dat wenste zou hij die mooie baan bij de NATO mislopen. Diverse bronnen zeggen dat Vegelin op de hoogte was van het feit dat Hans Valk bezig was met het organiseren van een staatsgreep. Op de dag van de staatsgreep bevond hij zich buiten Suriname (Frans-Guyana), zeggen deze bronnen.

Nadat de militairen aan de macht kwamen en de arts en nationalist Henk Chin A Sen tot president benoemden, spoedde de minister van ontwikkelingssamenwerking Jan de Koning, zich naar Paramaribo. Fluks werden grote sommen geld overgemaakt want de gewelddadige afzetting van de regering Arron moest beloond worden. En terwijl Den Haag het volste vertrouwen uitsprak waren Bouterse en de andere putschisten reeds begonnen om het land te beroven. Uit de kluis van het Planbureau werd in de eerste dagen na de coup meteen $30,000 buitgemaakt. Daarna verdwenen goud en sommen geld uit de kluis van de Centrale Bank. De zogenaamde bevrijders en revolutionairen hongerden als rupsjes-nooit-genoeg naar geld en macht. Via de broer van de nieuwe president kwamen ze in contact met de Colombiaanse drugsmaffia onder leiding van Pablo Escobar. Nieuwe kansen om nog meer duku te verdienen.

En ondertussen speelden ze “Revolutie”. Geholpen door allerlei linkse (zwarte en witte) intellectuelen uit Nederland werd in een mum van tijd een robuuste censuurmachine en een bestendig repressieapparaat opgetuigd. Die groep begon met het mobiliseren en organiseren van het volk in – volgens Russisch en Cubaans model - buurtcomités, vrouwen- en jongerenbewegingen. Burgers kregen schietlessen van de militairen en werden lid van de volksmilitie. Ze leerden om subversieve elementen uit hun directe omgeving, buren, kennissen en vrienden uit te schakelen. Ze gaven hun collega’s aan bij de militairen. Ik zag hoe een leraar tijdens de les uit het klaslokaal werd gesleurd en meegenomen door de MP. Een ware inquisitie, die anno 2024 maar mondjesmaat wordt besproken.

Diezelfde linkse opportunisten met hun zwarte boekjes (jaren 80 slang voor Nederlands paspoort) zijn medeverantwoordelijk voor de permanente sluiting van de Universiteit van Suriname in 1982. Zij zijn de architecten van de Anton de Kom universiteit, de volksuniversiteit die in 1983 met veel fanfare door Bouterse werd geopend. In zijn openingsrede sprak Bouterse de hoop uit dat de nieuwe universiteit, in navolging van Anton de Kom, “wetenschappers van de straat” zou opleiden. Toen Bouterse in 1983 na de invasie van de Amerikanen in Grenada met de Cubanen brak, vertrokken de linkse matties uit Holland spoorslags terug naar hun warme bedjes in Leiden, Delft of Wageningen. Ze hoopten stilletjes dat de mensen aan collectieve amnesie zouden lijden.

Het is lang goed gegaan.

Velen herinneren zich de namen van al die foute mensen die met uzi's op hun ruggen eerzame burgers verklikten en hun leven vernietigden niet meer. De controversiële ontwikkelingsuniversiteit die gebouwd werd over het lijk van Dr. Gerard Leckie, een van de slachtoffers van 8 december 1982? Men zwijgt anno 2024 nog steeds over deze duistere bladzijde. Maar de gevolgen van die sluiting, de intrede van academische onvrijheid en muilkorven, hebben nog steeds grote impact. Je vraagt je af waarom mensen bang zijn om te praten. Mogelijk heeft dat zwijgen te maken met die lange arm van Bouterse die tot ver in de provincie reikt.

Dus toen de Universiteit van Leiden in de publiciteit trad met het verhaal dat het links radicale en later PvdA-raadslid Rubia Zschüschen eind jaren 70 Anton de Kom en zijn magnum opus Wij Slaven van Suriname in de bibliotheek van Leiden hadden herontdekt, was de vraag: wie gaat ze vertellen dat Wij Slaven van Suriname in de jaren 60 op de literatuurlijst van de middelbare school werd gezet door Surinaamse Neerlandici als onderdeel van de zelfbewustwording van de Surinaamse jeugd? En wie gaat iets roepen over de vervelende rol van die specifieke groep mensen tijdens de eerste jaren van de militaire dictatuur? En wie gaat zeggen dat de naam Anton de Kom in Suriname staat voor onderdrukking, censuur, trauma en academic silencing? Of dat de Nederlandse academische wereld, dus ook Leiden, toentertijd een gure plek was voor gevluchte studenten en wetenschappers uit Suriname?

En omdat men blijft zwijgen, denken allerlei mensen dat ze rustig verder kunnen gaan met het uitvoeren van hun links-radicale agenda. Met krassen en verhaspelen van de geschiedenis.

Gelukkig hebben we de foto’s nog, en Youtube. En niet te vergeten, publicaties van de Nationale Democratische Partij.

Ik begrijp dat Nederland zwarte helden wenst. En dat de naam Anton de Kom daarom een geuzenvoornaam geworden. Wokeness is zijn achternaam…

Ach die echoput die blijft nagalmen.

Maar de wandaden van dat neo-koloniale gedrocht dat Desi Bouterse staan niet op zichzelf.

Ik blijf het zeggen: een ULO-klant als Bouterse had het niet in zich om een staatsgreep te plegen en te institutionaliseren. Zoals Gerard van Westerloo schreef: het was Hans Valk die een (drive-by shooting) omboog tot een staatsgreep. Vele witte en zwarte Nederlanders die de militaire dictatuur mogelijk maakten. En het is hoog tijd dat die conversatie gevoerd gaat worden.

Meer over:

QOSHE - De Lange Arm van Desi Bouterse - Natascha Adama
menu_open
Columnists Actual . Favourites . Archive
We use cookies to provide some features and experiences in QOSHE

More information  .  Close
Aa Aa Aa
- A +

De Lange Arm van Desi Bouterse

31 1
23.01.2024

Visiting professor Duke University, North Carolina

Het is lang goed gegaan.

Desi Bouterse. De Nederlander die in Suriname de regering wegschoot. Er is niemand die precies weet wanneer hij de Nederlandse nationaliteit verruilde voor de Surinaamse. Vóór 25 februari 1980 toen hij die halfslachtige coup pleegde? Of was het daarna? Een ding staat vast: hij was in 1980 in dienst van Defensie. Uitgezonden door het Nederlandse leger, om onder de Nederlandse vlag de net nieuw opgerichte Surinaamse Krijgsmacht (SKM) te versterken voor de periode van vijf jaar. Hij, en zijn secondant, Roy Horb streken voor die detachering in Suriname een royale suppletie op. Uitzending naar Suriname bracht een scala van carrièremogelijkheden, zoals opklimmen tot vak-officier bij terugkeer in Nederland.

Willem Oltmans beweerde bij leven en welzijn dat Nederland en de VS subversieve activiteiten ontplooiden en dat Bouterse daarom zo hard moest optreden (p. 101-103). Maar wie nam notitie van Oltmans’ scribenten en zijn bespiegelingen over de “Derde Wereld”? De rest van de Nederlandse media was niet veel beter. Bouterse was eerst een held, en na de Decembermoorden een schurk. Dat allerlei eerbiedwaardige burgers vanuit hun twee-onder-een kap hand en spandiensten verrichtten voor dat legergroene gespuis (Oltmans incluis) daar hoor je haast nooit iets over.

Laat mij deze discussie op zijn kop zetten door te concluderen dat Nederland inderdaad geobsedeerd is met Desi Bouterse. Spijkers op laagwater, zegt u? Ongefundeerde insinuaties, meent u? Bovendien waarom valt u ons weer lastig met dit soort woedende opiniestukken? Wat hebben wij in Nederland te maken wat er in die bananenrepubliek aan de overkant van het grote water gebeurt, gillen de reaguurders verontwaardigd.

Of u het leuk vindt of niet. Suriname is een intrinsiek deel van het Nederlandse verleden én het heden. Immers, kolonialisme komt met een lelijke nageboorte, het neokolonialisme. En neo-kolonialisme, dat is een echoput met een kraai-valse nagalm.

Laat mij u, met uw welnemen, even goed bijpraten: Om te beginnen die schele onafhankelijkheid en de leugen dat Suriname zeer goed verzorgd werd achtergelaten. Een blanco cheque als dowry? Neen, een ongedekte cheque zul je bedoelen. De ontwikkelingshulp kwam met duizend-en-één voorwaarden. Er was flinke bonje tussen de Surinaamse onderhandelaars, Henk Arron en Olton van Genderen, en de Nederlandse, Jan Pronk en Bas de Gaay Fortman. De twee laatsten wilden dat de gelden vooral besteed zouden worden aan sociale projecten, en dat een significant deel van de gelden terug zou vloeien in de Nederlandse schatkist. Het kabinet-Van Agt (1977-1981) deed de geldkraan stiekem maar........

© Joop


Get it on Google Play