Vier eeuwen terug wapperde onze driekleur al in de Rode Zee en de Perzische Golf
Vier eeuwen terug wapperde onze driekleur al in de Rode Zee en de Perzische Golf
Moesa Beg en ambassadeur Cunaeus die samen met Cornelis Speelman naar Isfahan trekken om de sjah te ontmoeten (Jan Baptist Weenix, ca. 1653)
De eerste keer dat het Wilhelmus in Jemen klonk...
Zullen we het durven? Zullen we het doen? Laten we de koninklijke marine de Perzische Golf in intimideren door een niet zo bevriend staatshoofd? Of houden we ons verre van de risico's daar. Dat is dan niet in de geest van de Verenigde Oost Indische Compagnie want die liet zich vierhonderd jaar geleden juist wel in met de Perzische Golf en de Rode Zee. Opperkoopman Pieter van den Broecke schreef een bestseller over zijn wederwaardigheden in die contreien met de titel Wonderlijcke Historische ende Journaelsche Aenteyckeniningh van 't gene Pieter Van den Broecke, op sijne Reysen, soo van Cabo Verde, Angola, Gunea, Oost-Indien (aenmerckens waerdigh) voorgevallen is: Waer in hem, soo in schip-breuck, als in 't doorreysen van 't Lant, seer veel vreemde dingen ontmoet zijn, soo van Religie, Manieren, Zeeden, en Huyshoudingen der volckeren: En andere eyghenschappen der Landen en Kusten, die sy bezeylt hebben.
Van den Broecke, geboortig uit Antwerpen, werkte als opperkoopman bij de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC). Hij behoorde tot de hogere rangen en mocht namens de maatschappij zaken doen. Daarbij was zijn voornaamste werkterrein de Indische Oceaan tussen India en Arabië. Als zodanig was hij de eerste Nederlander die zakelijk voet aan de grond zette aan de kusten van de Rode Zee en de Perzische Golf.
In 1613 zeilde Van den Broecke de Bab El Mandeb door op weg naar Jemen. U hebt op school geleerd dat de VOC rijk werd door de handel van koloniale waren – vooral specerijen – uit Indonesië. De echte winsten maakte men echter met inter-Aziatische handel – waaronder, zoals steeds duidelijker wordt – in slaven. Van den Broecke wilde nieuwe markten open leggen. Daarvoor moest hij toestemming zien te krijgen van de provinciale gouverneurs of pasja's in Aden, Mocha en Sanaa want Jemen maakte deel uit van het Ottomaanse Rijk. In dat kader bracht Van den Broecke een soort staatsbezoek aan Sanaa. Om indruk te maken bracht hij twee soldaten en een trompetter mee. Ze werden alle drie groots ontvangen een aan het eind van het feest beval Van den Broecke zijn trompetter het Wilhelmus te spelen. Het was waarschijnlijk de eerste keer dat dit lied in het Midden-Oosten klonk. Ineens werd Van den Broecke aan zijn jasje getrokken door een Turks officier van de lijfwacht. Die zei in het Nederlands: "Nou, kapitein, denkt U dat het kasteel nu al van jullie is?". Het bleek dat hij ooit van een Spaanse galei ontsnapt was en asiel had gevonden in de Republiek. Van den Broecke kreeg op dat feest bovendien iets voorgezet waarvan de smaak hem bijbleef. In zijn bestseller omschreef hij het aldus: swarte boontjes daer sy seart water van maken ende warm indrincken.
Van deze eerste tocht bracht Van den Broecke niet veel meer mee dan sterke verhalen. Wel mocht hij een kantoor openen in Mocha. Degenen die na hem kwamen bedierven het voor zichzelf. Ze bedreven piraterij tegen Arabische schepen die in verband stonden met Portugese handelskantoren en nederzettingen. De VOC beschouwde de Portugezen in Azië – Tachtigjarige Oorlog! - als vijanden. Dit maakte op de lokale bevolking een buitengewoon slechte indruk, vooral toen bleek dat juist vrome moslimkapiteins met hun schepen het slachtoffer waren.
Later werd Van den Broecke de baas van het centrale VOC-kantoor op de kust van India in Surat, driehonderd kilometer ten noorden van Mumbai. Daar verloor hij zijn aandacht voor het Arabische schiereiland niet. Bji elke gelegenheid drong hij aan op de stichting van een VOC-kantoor ergens aan de Perzische Golf.
Tot 1622 beheerste een Portugees fort de Straat van Hormuz. Toen werd het door een gewapende legermacht van Iran en de Engelse East India Company veroverd en in puin gelegd.
Het leek Van den Broecke noodzakelijk daar nu ook een kantoor van de VOC te vestigen. De VOC en de East India Company zetten elkaar overal in Azië zoveel mogelijk de voet dwars, vaak genoeg met geweld.
Uiteindelijk kreeg Van den Broecke de leiding van de compagnie mee. Hij stuurde daarop het schip Heusden naar Hormuz met aan boord opperkoopman Umberto of Huibert Visnich. Over zijn achtergrond en jeugd is niets bekend, wel dat hij veel verstand had van zijde, toen het voornaamste exportproduct van Iran. Van den Broecke kende hem van een expeditie van de Heusden naar Mocha in Jemen. Hij probeerde daar personeel van de VOC vrij te krijgen dat werd vastgehouden in verband met de zeeroverij in de Rode Zee. Visnich vond de losprijs te hoog en ze zouden allemaal in gevangenschap sterven. De opperkoopman wist wel 10.000 stukken van acht uit de VOC-vestiging mee naar Pieter van den Broecke in Surat mee te nemen. Het zou tot 1697 duren voor de VOC weer een kantoor in Mocha mocht openen.
De Heusden – volgeladen met handelswaar – legde aan in Hormuz maar werd door de plaatselijke Iraanse bestuurder meteen doorgestuurd naar Bandar Abbas. Daar organiseerde Visnich een karavaan om met zijn handelswaar naar Isfahan te reizen, de toenmalige hoofdstad van Isfahan. Daar woonde Sjah Abbas, de beste heersers uit het huis der Safaviden. Hij was een multitalent met grote gaven als militair en bestuurder. Ook had hij voor zijn tijd een diep inzicht in economie. Abbas wilde de export van zijn rijk vergroten maar daarbij niet afhankelijk worden van naburige machten zoals het Ottomaanse Rijk, het India van de groot Moghuls of de Portugezen met hun forten op de kusten van de Indische Oceaan. Daarom heette hij Europese schepen en hun compagnieën welkom. Maar wel op zijn voorwaarden. Abbas had al samen met de East India Company Hormuz veroverd. Nu kon hij de VOC tegen de Engelsen uitspelen. Visnich kreeg in Isfahan een geweldige ontvangst. Shah Abbas ontving hem in audiëntie. Visnich legde hem namens de VOC een handelsverdrag voor dat de sjah bevestigde. Toen ontdekte Visnich dat hij de zijde, waar hij op uit was omdat er in heel Azië een markt voor bestond, dat hij die alleen rechtstreeks via het hof mocht betrekken. De Sjah berekende hoge prijzen maar niet zo hoog dat het voor Visnich niet meer lucratief zou zijn. Visnich huurde daarop een groot gebouw bij de bazar van Isfahan van waaruit de VOC voortaan zaken deed. Zo zat hij een stuk dichter bij het hof van de sjah dan de East India Company in Horm. Regelmatig stuurde hij nu sjah Abbas geschenken die in Iran als zeer kostbaar beschouwd werden.
De sjah gaf daarop de wens te kennen een gezant naar de Republiek te sturen. Visnich kreeg opdracht dit zoveel mogelijk tegen te houden want de Hoogmogende Heren van de Staten-Generaal zouden de kosten voor de ontvangst ongetwijfeld bij de VOC neerleggen. Maar het viel niet tegen te houden. In 1625 stuurde de sjah de hoge hofdignitaris Moesa Beg naar Nederland. Vandaar dat afgelopen jaar vierhonderd jaar betrekkingen Iran-Nederland gevierd had kunnen worden als er in Teheran een aangenamer regime had gezeten. De Staten-Generaal bereidden Moesa Beg een grootse entree met hartelijke medewerking van stadhouder Frederik Hendrik, die wel van dure feesten hield. Daarna maakte de Iraanse gezant een lange reis door de zeven provinciën, waarbij zijn liefde voor drank en vrouwen soms de boventoon voerde. De rekening voor de VOC was inderdaad schrikwekkend: 100.000 gulden. Het bedrijf moest ook nog het tegenbezoek van de Nederlandse diplomaat Jan Smidt financieren. Deze kwam in Isfahan aan toen Abbas net was overleden en opgevolgd door de minderjarige Sefi. Het Iraanse hof ontving hem met een ere-escorte van tweehonderd ruiters. Het viel Smidt op dat er rond shah Sefi zo ongelooflijk veel gezopen werd. De Iranezen probeerden de Republiek als bondgenoot te werven voor een oorlog tegen het Ottomaanse Rijk maar daar wist Smidt zich buiten te houden ongeveer zoals zijn eenentwintigste eeuwse opvolgers het dezer dagen ook proberen.
Opperkoopman Visnich had een talenknobbel. Hij leerde de taal vloeiend spreken en nam een Perzische levensstijl aan. Ook trouwde hij een vrouw uit de Armeense minderheid. Visnichs toekomst leek schitterend maar jaloerse vijanden slapen nooit. Hij kwam in de geur van corruptie te staan. Dat merkte hij tijdig. Met behulp van een vriend aan het hof van de sjah wist hij met al zijn schatten onder te duiken en vervolgens te vluchten. Het liep niet goed af. Op grondgebied van het Ottomaanse Rijk werd Visnich door rovers overvallen en vermoord. Alle schatten vielen in hun handen. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk of hij inderdaad geld in eigen zak stak maar een opperkoopman die niet goed voor zichzelf zorgde, was in zijn tijd een uitzondering.
Na de val van de dynastie der Savafiden in 1721 verviel Iran in een lange periode van burgeroorlogen en krijgsheren. Dat was zeer schadelijk voor de zijde-export. Het kantoor, dat naar Bandar Abbas was verplaatst, werd in 1759 gesloten.
Vijf jaar eerder – in 1753 – had de VOC op het eiland Kargh – ja ja – het fort Mosselstein gebouwd. Daar zijn de soldaten van de compagnie in 1766 uitgezet door strijders van Mir Mohanna, een krijgsheer ter zee, die nu onder Iraniërs de reputatie geniet van een Piet Hein of een Zwartbaard Teach.
Als er ooit een Nederlands fregat toch een schot lost in de Perzische golf, dan was dat niet het eerste. Vanuit het rijk der hemelen zien Pieter van den Broecke, Huibert Visnich en Jan Smidt toe. Ongetwijfeld.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo'n schandalige compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: leioderschap versus tik tok heldendom in tijden van cirsis en oorlog
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.
Wij zijn voor, jij ook?
