Schrijvers en journalisten spannen een proces aan tegen Meta om diefstal van hun geestelijk eigendom
Schrijvers en journalisten spannen een proces aan tegen Meta om diefstal van hun geestelijk eigendom
Ze hebben gelijk maar zal het een achterhoedegevecht blijken?
Schrijvers en journalisten zijn in actie gekomen tegen Meta, het bedrijf achter Facebook, Instagram en zo nog het een en ander. Steen des aanstoots is het kunstmatige intelligentiemodel waarmee techlord Mark Zuckerberg aan de weg probeert te timmeren. Dat wordt getraind met boeken en artikelen. De schrijvers en de journalisten accepteren niet langer dat dit zonder hun toestemming gebeurt. Ook betaalt Meta geen cent voor het gebruik van hun creatieve werk. Daarom hebben de Nederlandse Vereniging van Journalisten en de Auteursbond een proces aangespannen. Dritte im Bunde, is Lira. Deze organisatie int en verspreidt de vergoedingen die bibliotheken betalen voor het uitlenen van hun boeken. Een rechtsgang is de enige mogelijkheid want Meta is tot nog toe niet tot overleg bereid.
De schrijvers en journalisten hebben gelijk. De schilders en componisten die hun voorbeeld ongetwijfeld zullen volgen, net zo goed.
Zuckerberg zal zich echter niet zo snel gewonnen geven. Waarschijnlijk zal hij met ongeveer dit argument komen. De schrijvers en de journalisten maken hun werk niet blanco. Ze zijn sterk beïnvloed en geïnspireerd door collega’s uit heden en verleden waar ze op school voor het eerste kennis mee maakten. Een goede roman draagt daarvan altijd de sporen. Ook al is die voortgekomen uit een creatief brein. Zo werkt een AI-model ook. Er is dan ook geen enkele reden voor een vergoeding want wat dit betreft is er geen verschil tussen een mens en een machine. Ja misschien wel: de machine maakt zich kennis en vaardigheden veel sneller eigen dan een mens.
Uiteindelijk zal het er wel op neerkomen dat eigenaren van AI-modellen gaan betalen voor het gebruik van wat mensen aan inhoud produceerden. De vraag is alleen hoe dat op een eerlijke manier wordt verdeeld onder de menselijke producenten van content.
De strijd die de schrijvers en journalisten nu aangaan, heeft wél kenmerken van een achterhoedegevecht. Tot nog toe zijn schrijvers, journalisten en uitgevers geneigd om AI als een gevaar te beschouwen en de techlords als een vijandige macht. In Frankrijk is de Canadees-Haïtiaanse schrijver Thélison Orélien geschrapt van de shortlist voor de prestigieuze Prix Goncourt, omdat uitkwam dat grote delen van zijn roman C'était ça ou mourir met AI gemaakt zijn. De auteur blijft overigens ontkennen. Hij zegt dat zijn verhaal is gebaseerd op zijn eigen verhalen en Caribische literaire tradities. Toch heeft zijn uitgever in Canada een promotiecampagne voorlopig gestopt.
Nu nog eisen de meeste uitgevers van hun auteurs dat hun teksten uit hun eigen brein ontspruiten en niet worden gemaakt met behulp van kunstmatige intelligentie. Het zal waarschijnlijk geen tien jaar duren of veel kunstwerken - muziek, beeld, tekst - zijn gemaakt op basis van prompts. Zo ontstaat een samenspel tussen kunstenaars en kunstmatige intelligentie. Of - als je dat liever is - AI wordt een legitiem instrument in de hand van kunstenaars. Talent blijkt uit de min of minder magistrale wijze waarop je AI stuurt. Of de producenten van zulke content in een aparte categorie worden ondergebracht naast schrijvers, journalisten, schilders en componisten is vers twee. Dat zal de toekomst leren.
Om van die toekomst een vage schets te geven, heb ik eens iets geprobeerd. Ooit heb ik een half uur of wat een geluksgevoel gekend dat ik nooit vergeten ben. Dat was in Manila, om precies te zijn op Claro M. Recto Avenue. Recto zeggen de Manileños.
Dat verwerkte ik in een prompt voor het Amerikaanse Chatgpt en het Chinese Deepseek. Ik liet het bovendien illustreren. De beide chatbots kregen de opdracht het verhaal twee keer te vertellen, éénmaal in de stijl van het expressionisme en éénmaal in die van het naturalisme. Ik vroeg Chatgpt bovendien om illustraties. Daarbij liet ik het. Je kunt je voorstellen hoe kunstenaars van de toekomst met steeds nieuwe prompts de tekst veranderen en verbeteren tot die tenslotte echt het karakter van literatuur heeft gekregen waarbij zij ook nog van geavanceerder modellen gebruiken dan nu is gebeurd. Ik laat het bij een eerste concept.
Hier volgt de prompt en vervolgens de resultaten. Alles is zo gelaten als het binnenkwam, zelfs de Chinese versie die Deepseek abusievelijk maakte.
Beschrijf in expressionistische stijl de volgende ervaring van mij. Je hebt het gedicht Domweg Gelukkig in de Dapperstraat. Ik heb zulk geluk een keer ervaren in mijn leven. Dat was op Claro M. Recto Avenue in Manila, terwijl ik aan de straat op een miniem terrasje een halo halo zat te eten. Neem in de beschrijving op hoe dat gevoel over me komt door enerzijds de halo halo en anderzijds het verkeeren de passanten op straat. Gebruik beelden op het internet van Claro M. Recto Avenue in Manila om een correcte weergave te geven van de bebouwing, het verkeer en de passanten. Benoem daarbij ook afzonderlijke passanten en verkeersmiddelen zoals je die in Manila aantreft. Beschrijf daarin ook wat halo halo is maar dit alles binnen de beschrijving van ht geluksgevoel. Aan het eind betaal ik en ga naar mijn afspraak.
Ik heb voor het straatbeeld van Claro M. Recto Avenue gekeken naar recente en historische straatbeelden. Die laten precies het soort stedelijke opeenhoping zien dat je beschrijft: brede, drukke verkeersbanen, dicht op elkaar gebouwde commerciële panden, arcades en winkels, verkopers die delen van de stoep innemen, een wirwar van kabels, jeepneys, tricycles, motorfietsen, auto's en een onafgebroken stroom voetgangers. Op sommige gedeelten loopt de verhoogde LRT als een massieve betonnen kap boven de straat. (JICA Report PDF)
Ik zit op een terras dat nauwelijks een terras mag heten.
Een paar stoelen. Een tafel. Beton onder mijn voeten. Misschien een meter tussen mij en de straat. Meer is er niet nodig.
Voor mij ligt Claro M. Recto Avenue als een opengebarsten ader van Manila.
Niet: er rijden auto's.
Niet: er lopen mensen.
Ze stuwt, remt, wringt, toetert, dampt, glinstert, zweet.
Een jeepney komt voorbij, een glimmende metalen doos met een snuit als van een klein oorlogsschip, vol passagiers die door de openingen naar buiten kijken. Daarachter een tricycle, motorfiets met zijspan, ratelend alsof hij uit losse onderdelen bij elkaar wordt gehouden. Een brommer schiet ertussendoor. Een taxi. Een bus. Een man op een motorfiets met een helm zo rood dat hij even het enige rode voorwerp in de wereld lijkt. Dan weer een jeepney, blauw, groen, zilverkleurig, beschilderd, overladen.
En ondertussen lopen de mensen.
Een jonge studente met een rugzak tegen haar schouder gedrukt.
Een jongen in een wit T-shirt die haastig de straat oversteekt.
Een oudere vrouw met een plastic tas.
Een verkoper onder een parasol.
Een man die zijn telefoon bekijkt terwijl hij loopt.
Een moeder met een kind aan de hand.
Een groep studenten die lachend uit elkaar waaiert en zich even later weer samenvoegt.
Een chauffeur die uit zijn jeepney hangt en roept.
Een man die met een karretje tussen de stilstaande voertuigen laveert.
Een glas met iets dat eruitziet alsof iemand de kleuren van de wereld in een glas heeft opgesloten en vervolgens heeft geschud.
Onderin zoete bonen. Fruit. Kokos. Jelly. Tapioca. Soms stukjes nata de coco, jackfruit, zoete palmvruchten. Daarboven........
