Met name christelijke politici lijden aan feitenresistentie als het over sekswerkers gaat
Met name christelijke politici lijden aan feitenresistentie als het over sekswerkers gaat
Dezer dagen debatteert de Tweede Kamer over prostitutie. Achtergrond daarvan zijn een aantal maatregelen die het kabinet Jetten in de pen heeft. Het is de bedoeling de minimumleeftijd voor het verkopen van seksuele contacten van achttien op eenentwintig jaar te brengen. Jezelf laten doodschieten mag wel want vanaf je zeventiende kun je al dienst nemen bij de strijdkrachten.
Bovendien komt er een wet die het gemeentes gemakkelijker moet maken de prostitutiebranche te controleren. Een Wetsvoorstel Gemeentelijk Toezicht Seksbedrijven (WGTS) geeft gemeentes de mogelijkheid sekswerkers met naam en toenaam te registeren. Dit in het kader van de handhaving.
“Een derde punt is dat het kabinet zich blijft inzetten voor het versterken van de rechtspositie van sekswerkers”, zegt het bericht van de rijksoverheid. Wat wil onze kordate regering? Men gaat in gesprek met de betrokken partijen. De sekswerkers krijgen dus voorlopig geen betere juridische bescherming maar wel het gebruikelijke geouweteringhoer. Het is maar de vraag of ze daar aan mee mogen doen. Traditioneel wordt sekswerkers zelf niets gevraagd.
In het Kamerdebat zal Mirjam Bikker, voorzitter van de CU-fractie, een hoofdrol spelen. Zij zou zelf haar seksuele gunsten nooit voor geld verkopen en nu vindt zij dat dit eigenlijk voor alle vrouwen in Nederland zou moeten gelden. Daarom is zij een groot voorstander van die verhoogde leeftijd naar 21 jaar. Ze denkt jonge vrouwen daarmee te beschermen. Vandaar ook dat zij bezoekers van jongere sekswerkers strafbaar wil stellen. Het is hun verantwoordelijkheid als klant de leeftijd te controleren van vrouwen die zich aanbieden.
Dit heeft zeer sterk met haar geloof te maken. De vereerders van de ene mannelijke God/Allah, de christenen, de moslims en de joden, hebben heel vaak moeite met ongereguleerde seks, die plaatsvindt buiten een erkend huwelijk. Dat heeft in de grond met het particulier bezit en het erfrecht te maken in een patriarchale samenleving. Het hoofd van het gezin wil de garantie dat het erfgoed naar een nazaat gaat en niet naar een kind dat door een ander is verwekt. Omdat........
