We use cookies to provide some features and experiences in QOSHE

More information  .  Close
Aa Aa Aa
- A +

Van ‘middenschool was tijd ver voor uit’ tot ‘niet wéér op de schop’: onze lezers over onderwijsvernieuwing

3 0 0
22.01.2020

‘Het kan niet waar zijn’, dacht ik bij het lezen van het artikel ‘middenschool krijgt wellicht tweede leven’. Het deed mij denken aan mijn middenschoolperiode. Als onderwijzer van een Amsterdamse lagere school belandde ik in 1981 in een van de middenschoolexperimenten in Nederland. Op deze school heb ik tot 2018 onderwijs verzorgd op alle niveaus.

De school kende in deze tijd een driejarige heterogene brugperiode waar alle leerlingen bij elkaar zaten. Het onderwijs stond in het teken van hoofd, hart en handen. Naast de verschillende vakken en leergebieden werd een veel aan projectonderwijs gedaan, waar vooral vwo-leerlingen excelleerden.

Alle leerlingen zaten achter de naaimachine, soldeerden, kregen drama en organiseerden hun eigen uitjes en kampen. Er ontstonden vriendengroepen die tot vandaag de dag in stand zijn gebleven! Veel leerlingen hebben profijt van dit onderwijs gehad en zijn in alle mogelijke beroepen terecht gekomen; van chirurg tot ondernemer, van onderzoeker tot barman en van olympische sporter tot cabaretière. Een leerling die in mijn mentor groep binnenkwam met een vbo-advies, haalde in 6 jaar tijd zijn vwo, studeerde bouwkunde en runt nu een eigen architectenbureau.

In de middenschoolperiode zijn onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van heterogeen onderwijs. Conclusie was altijd: een klein percentage van de leerlingen, aan de boven- en de onderkant, profiteren niet van dit systeem.

Op mijn school volgde de zwakste leerlingen de zogenaamde avmb-route. In een kleine setting en onder begeleiding van twee collega’s stroomden enthousiaste leerlingen na vier of vijf jaar door naar niveau 2 opleiding van het mbo/roc, waar ze meer dan welkom waren.

Middenschool onderwijs was zijn tijd ver voor uit, is nooit goed geëvalueerd en is met de komst van de basisvorming vroegtijdig afgeschoten.

Als er over een tijd een commissie moet komen om structuur en inhoud van het nieuw middenschoolonderwijs vorm te geven, kan ik u een advies geven. Nodig de oude knarren die dit onderwijs verzorgden uit. Zij weten wat lesgeven aan heterogene groepen betekent en wat je daar voor moet kunnen. Zij hebben de know how in huis. Zij weten wat differentiëren is. Ik ken er genoeg die nog erg actief zijn in het onderwijs en inhoudelijk zeer goede adviezen kunnen geven en schrijven.

Zelf ben ik nu twee jaar met pensioen. In mijn tijd worstelden we met de juiste leerstof (verschillende niveaus) en staken er vele extra uren in om dit samen te ontwikkelen. Op dit moment heeft het plan grote kans van slagen omdat de leerstof voor een groot deel digitaal en adaptief is geworden. Een ding weet ik zeker: dat zonder prima opgeleide docenten, die de stof beheersen, die kunnen differentiëren en niet bang zijn om buiten de box te denken, gaat het niet lukken.

Teunis Bloothoofd, Lelystad

Waarschijnlijk zijn er weinig basisonderwijsorganisaties die hebben meegedacht aan het ‘Onderwijspact’. Zij weten hoe moeilijk het is om groepen van bijna dertig kinderen op verschillende niveaus les te geven, aansluitend bij de eigen ontwikkeling. In groep 8 zijn de verschillen zo groot geworden dat werken met drie niveaugroepen echt niet meer toereikend is.

Met de komst van passend onderwijs, onderwijs dat leerlingen uitdaagt, dat uitgaat van hun mogelijkheden en rekening houdt met de extra ondersteuning die zij nodig hebben, is het extra moeilijk om te voldoen aan alle verwachtingen. Deze verschillen worden alleen maar groter. Daarnaast heb je in het vo veel meer verschillende klassen waardoor het langer duurt voordat je weet welk kind wat nodig heeft.

Ik ben het eens dat we in Nederland kinderen te vroeg indelen op één niveau. Als basisschool ken je de kinderen na acht jaar goed genoeg om een, op dat moment, passend schooladvies te geven. Maar we weten ook dat niet ieder kind zich in hetzelfde tempo ontwikkelt. En we hebben geen glazen bol. Daarnaast zijn er nog veel andere aspecten die van invloed zijn op de ontwikkeling van een kind als het eenmaal op de middelbare school zit.

Mijn oplossing is niet om het hele onderwijssysteem op de schop te gooien. Dat levert zowel inhoudelijke als praktische bezwaren op. Scholengemeenschappen kunnen zich misschien redelijk snel aanpassen, maar wat doen we met kleinere, categorale, scholen die één of twee onderwijsniveaus aanbieden? En mocht dat al lukken, hoe maken we dan zonder het benodigde geld (want dat is er nu al niet) de klassen kleiner zodat het gewenste adaptieve en passende onderwijs ook echt gegeven kán worden, waarbij het aantal leerkrachten met burn-outs niet gigantisch stijgt?

Houd het simpel. Ga bij de advisering uit van kansen. Wees niet te behoudend. Gemengde brugklassen zijn een prima middel om kinderen te blijven uitdagen, maar ook na de brugklas moeten kinderen nog steeds kunnen en mogen wisselen van niveau. Volg de leerling, leer van het basisonderwijs zodat gedifferentieerd leren nog meer wordt toegepast. Want daar valt nog heel wat te halen voor het vo.

Reken kinderen niet met toetsen af. Laat ze niet na één jaar al afstromen maar zoek uit wat ze nodig hebben om zich te ontwikkelen en help ze daar bij. Zoek naar mogelijkheden om de scheiding vmbo en havo/vwo te verkleinen. Want volgens mij is dat de onderliggende reden van deze plannen.

Maar gooi niet alles op de schop. Want daar wordt geen enkel kind beter van.

Sjoerd van den Berg, Haarlem

Goed idee, opnieuw nadenken over een middenschool en de onnodige vroegtijdige selectie. Maar kunnen we dan alsjeblieft ook eens nadenken over het curriculum? Als docent in het middelbaar onderwijs (25 jaar, met veel plezier) zie ik leerlingen al jaren zwoegen op stof waarbij ze zich de relevantie maar niet meer afvragen. Maar sinds mijn dochter op het vo zit - nu in de tweede klas - en ik haar elke avond help met huiswerk plannen, zie ik pas goed hoe verouderd het curriculum is.

Waarom leert ze bij Duits, jarenlang verplicht vak, in de woordenlijsten hoe ze ‘strijkijzer’ of ‘vleesthermometer’ moet zeggen? Waarom bestaat er nog steeds niet een verplicht vak als ‘sociale vaardigheden’ of desnoods ‘goed burgerschap’?

Karen Oosterink, Deventer

Hoe werkt het in praktijk als leerlingen pas in het derde jaar van het voortgezet onderwijs een schooladvies krijgen? Op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer hebben ze er al jaren ervaring mee. Lees de reportage.

‘Het varken als exploitatiedier’ - 21 januari

Uit openbaar gemaakte inspectierapporten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijkt dat er vele misstanden zijn in de Nederlandse varkensslachterijen. De opinieredactie kreeg diverse reacties binnen. Een kleine bloemlezing. ‘De beschaafde samenleving heeft de ogen gesloten.’

‘Hulde aan de redactie voor het intens akelige artikel over de misstanden in de Nederlandse slachthuizen voor varkens. Alleen de serieuze journalistiek kan de vleesindustrie bewegen tot een radicale gedragsverandering. Sinds de horrorverhalen uit het slachthuis in het Vlaamse Tielt, nu bijna twee jaar geleden, is ons gemoed gesust met de bezwering dat dergelijke praktijken bij ons gelukkig niet voorkomen. Inmiddels kunnen we beter weten. Mijn jeugd heb ik doorgebracht op het uitgestrekte platteland waar ik van nabij zag hoe het sociale en intelligente varken op de allerlaagste plaats in de hiërarchie van het exploitatiedier belandde.

‘Varkens kregen een kram in de neus, staarten werden standaard geknipt, beren gecastreerd en ieder varken veroordeeld tot een leven in gevangenschap. Nog steeds worden de geproduceerde dieren hiervoor beloond met transport en slacht met de meest ernstige excessen van dien. En denk vooral niet dat het bio-varken met zijn drie sterren deze laatste weerzinwekkende fase kan ontlopen. Wij van de beschaafde samenleving hebben de ogen hiervoor gesloten. Mede hierdoor is de export van de landbouwsector in 2019 tot boven de 100 miljard euro omhooggeschoten. Met dank aan miljoenen vleesvarkens. Hoe lang gaan wij hier nog mee door?’

Alfred Edelstein, Huizen

‘In de zaterdagkrant las ik het bericht over de misstanden in de varkensslachterijen. Varkens zouden levend gekookt of ernstig verwond worden tijdens de slacht. Toevallig hoorde ik vrijdag op Radio 1 de woordvoerder van de Vereniging van Slachthuizen en Vleesverwerkende bedrijven: op 23 miljoen slachtingen zijn er twaalf incidenten gemeld. De woordvoerder betreurt dit uiteraard, en er wordt gewerkt aan verbetering. Het bericht zelf verontrust me niet zozeer – al betreur ik uiteraard elk onnodig lijden van mens en dier – maar wel de plaatsing van het bericht. Ik zou u willen adviseren al uw journalisten eerst het boek van Rutger Bregman te laten lezen, voordat ze nieuwsberichten plaatsen. Volgens Bregman deugen de meeste mensen, dus de meeste slachters ook.

‘Door het artikel zou de onwetende lezer kunnen denken dat elk varken beroerd aan zijn eind komt. Is dus niet zo. Zonder deze nuancering is het artikel natuurlijk niet sensationeel, dus wordt het maar weggelaten. Zorgt dus voor een verkeerde beeldvorming en onnodige stigmatisering van de slachterijsector. Pas op voor nocebo – effect zou Rutger zeggen!’

Rinke ter Haar, Aalten

‘Zaterdag las ik dat varkens in slachthuizen nog steeds levend in de broeibak terecht kunnen komen. Varkens worden bij hun slacht bedwelmd en daarna verbloed, ze overlijden voordat ze gebroeid worden. Dat is de normale gang van zaken. Maar er kan soms iets misgaan, de bedwelmapparatuur werkt niet goed, of het personeelslid dat de halssnee toebrengt maakt een fout.

‘Om te voorkomen dat dieren in dat geval pijn lijden is sinds 2013 in de wet de verplichting opgenomen een controle uit te oefenen vóórdat varkens de broeibak met heet water ingaan. Maar dat wetsartikel wordt in meerdere slachthuizen nog niet nageleefd, want er is géén controle op die plek aan de slachtlijn. Met als gevolg: ernstig verwijtbaar lijden.’

Kitty de Vries, Hasselt

Voor ouderen wordt te weinig gebouwd, schrijft de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen in een advies aan de regering. Initiatieven als het Knarrenhof of het Thuishuis kunnen uitkomst bieden. Hoe kijken lezers aan tegen deze ‘studentenhuizen voor ouderen’?

‘Wat is dat toch, dat men van ouderen verwacht dat ze kleiner gaan wonen? Dat past toch niet in deze tijd, waarin kinderen vaak ver wonen van hun ouders?

Ik woon met mijn echtgenoot in een normaal en niet te groot huis. Wij zijn 63 en 67 jaar oud. We hebben die extra slaapkamer hard nodig voor de logeerpartijen van onze dochter met haar vriend en kind van anderhalf jaar. Zij wonen op meer dan 200 kilometer van ons vandaan.

Als we de trap niet meer op kunnen en een andere woning moeten gaan zoeken, dan hopen we maar dat we een woning met logeerkamer kunnen........

© de Volkskrant