We use cookies to provide some features and experiences in QOSHE

More information  .  Close
Aa Aa Aa
- A +

JOVD-voorzitter Splinter Chabot: ‘Het is tijd om minder bezig te zijn met VVD’er ‘de dikke ik’’

9 0 0
17.06.2019

De ‘hardwerkende Nederlander’ maakte plaats voor ‘het boze bedrijfsleven’ op het ‘VVD-festival’ afgelopen weekend in Aalsmeer. In een ambiance van muziek, debat en een nagebouwde Tweede Kamer ging het over integriteit in de politiek, en opvallend: dreigde partijleider Mark Rutte met het intrekken van belastingverlagingen voor bedrijven die lonen niet verder verhogen. JVOD-voorzitter Splinter Chabot: ‘Een noodzakelijke beweging om het imagoprobleem te kantelen.’

‘De VVD, maar dit geldt ook voor andere partijen, is in beweging al dan niet omdat ze het zelf willen, maar vooral omdat het moet. Wat Mark Rutte dit weekend ter ore bracht op het VVD-festival is een opvallend nieuw geluid. Een geluid dat hard nodig is, zeker na het dividenddebacle. Het is tijd om minder bezig te zijn met de ‘dikke ik’, al zit die ‘dikke ik’ vooral bij de VVD. Maar de VVD - en de politiek in bredere zin - kampt met een imagoprobleem, er is een gebrek aan integriteit en vertrouwen en daarin loopt de VVD, helaas, voorop. Dat vertrouwen moet worden hersteld. Hier lijdt niet alleen de partij aan, maar het hele democratisch instituut.’

‘Dat de economie groeit, is niet genoeg: je moet het ook in je portemonnee voelen. Wat er op je loonstrookje staat, onthoud je niet, maar die stijgende prijzen in de supermarkt van duurder wordende boodschappen, dat voel je. De uitspraken van Rutte zijn niet typisch VVD, sterker: het is toornen aan het regeerakkoord, maar in plaats van paniek binnen de partij, geven de uitspraken lucht. Er werd hard geklapt op het festival na Rutte's uitspraken over de aanpak van bedrijven die lonen niet verder laten stijgen, zijn boodschap sloeg duidelijk aan.’

Op het #VVDfestival herinnert Landelijk Voorzitter @SplinterChabot de VVD aan het belang van liberalisme. pic.twitter.com/Jtc6aKVeGx

‘Ook ik kan me er in vinden. Het is niet meer van deze tijd om bedrijven niet aan te spreken op hun verantwoordelijkheden. Grote bedrijven moeten transparant zijn en meedoen, of het nu gaat over klimaat of het maatschappelijk debat. Ook de ‘gewone lieden’, mijzelf incluis, moeten het voelen als het goed gaat met de economie. Ik vergelijk het graag met een taart met vele lagen en kersen en kaarsen on top, de bedrijven moeten niet alleen de kersen van de taart snoepen, de hele taart moet zoet en behapbaar zijn, ook de onderste laag: voor iedereen.’

‘Wat die integriteit betreft: zo'n helpdesk is een leuke stap, bewustzijn, discussie: allemaal wenselijk, maar als politicus moet je je simpelweg niet op grijs integriteitsgebied begeven. Grijs in de politiek betekent zwart. Je voelt toch aan je wateren dat iets een ‘no go’ is? Wellicht heb je als politicus de jurisprudentie soms mee, maar je bekleedt een politieke functie en bij twijfel heb je je antwoord al: niet doen.’

Grote banken zetten in op digitalisering, maar voor een groot deel van hun klanten (met name ouderen) is online bankieren nog een brug te ver. Hoe kunnen ouderen worden geholpen, die ook op andere gebieden worstelen met de toegenomen ‘digidwang’?

‘We zien bij ouderen vooral dat onwetendheid leidt tot angst voor de digitale wereld’, vertelt Xandra Hoek, projectcoördinator bij Academie van de Stad. Deze sociale onderneming draait 130 maatschappelijke projecten per jaar, onder meer het project Digicoaches, waarbij studenten mannen en vrouwen in Amsterdam-West coachen in digitale vaardigheden. ‘Je ziet bijvoorbeeld als er een venster in beeld komt, dat iemand denkt: help, wat moet ik daarmee? En de laptop maar helemaal dichtslaat. Ook zijn mensen bang om gegevens te delen, omdat ze niet begrijpen waarvoor die worden gebruikt en ze veel verhalen horen over misbruik van gegevens.’

De Academie ziet hoe vervreemding van de digitale wereld op termijn zorgt voor vervreemding van de maatschappij, waarvan internetbankieren volgens Hoek een sprekend voorbeeld is. ‘Maar er is ook een belangrijk sociaal aspect. Veel ouderen die we voor ons project zien hebben kleinkinderen die online met elkaar communiceren, via WhatsApp, en dingen op YouTube opzoeken waar ouderen geen weet van hebben. Ook zien we mensen die tegen de armoedegrens leven en die aanspraak kunnen maken op bijvoorbeeld een stadspas en bepaalde basisvoorzieningen, waarvan een groot deel digitaal moet worden aangevraagd. Als mensen daarin hun weg niet kunnen vinden, lopen ze dus zaken waar ze recht op hebben mis.’

Hoe transformeren mensen toch ‘van digibeet naar digiatleet’? Hoek: ‘Veel mensen hebben behoefte aan persoonlijk contact, met een bekend gezicht en op een vertrouwde plek. Wij zitten bijvoorbeeld elke week in het buurthuis waar ze al vaak komen, met steeds dezelfde studenten. Het is belangrijk dat banken hun fysieke kantoren houden, zodat ouderen maar ook mensen die moeilijker leren en de snelle technologische ontwikkelingen niet goed kunnen bijbenen ergens terecht kunnen.’

‘Het zijn niet alleen de banken die doorschieten met digitalisering’, zegt de gepensioneerde Ben Ale (71), emeritus-hoogleraar veiligheidskunde aan de TU Delft. ‘Wie bijvoorbeeld bij Oxxio zijn gebruiksgegevens wil inzien, moet eerst een smartphone kopen.’ Een smartphone die hij niet heeft. Dus stuurde hij een ‘ouderwetse’ brief met postzegel naar de energieleverancier met de vraag of ze hem een smartphone wilden opsturen, maar ze verwezen hem ‘doodleuk’ naar de app. ‘Ook die vierkante informatiesymbolen, die QR-codes, kan ik niet lezen. Hoewel ik me altijd buitengewoon goed heb bewogen zonder apps, is de situatie met Oxxio ergerlijk.’

De reden voor zijn mobiele telefoon met knoppen – ‘veel handiger’ – is simpel: Ale geniet zijn pensioen grotendeels in Frankrijk op een plek met weinig bereik: ‘Waarom zou ik dan zo veel betalen voor een smartphone?’ Aan internetbankieren doet Ale wel, ook leest hij digitaal de krant. ‘Onze generatie sterft dan wel uit, maar in het kader van klantvriendelijkheid vind ik dat banken en andere partijen vooralsnog verder moeten kijken dan al dat gedoe met apps.’

Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie aan de Radboud Universiteit, beaamt dat veel ouderen worstelen met ‘digidwang’. ‘Het probleem van de groep ouderen is de enorme heterogeniteit. De ene oudere plukt online de vruchten en gebruikt de iPad om te communiceren met de kleinkinderen, andere ouderen ervaren de verregaande digitalisering als een digitale dictatuur. Er is een grote groep die de boot mist.’

‘De overheid stelt dat burgers zelfredzaam moeten zijn en stellen ‘digitale buddy’s’ voor als ouderen er zelf niet uit komen, maar dit doet geen recht aan kwetsbare en alleenstaande burgers. De bovenlaag heeft wellicht voldoende zelfreflectie en zorgt voor bijscholing of digitale hulp, maar er is ook de groep die die zelfreflectie mist, veelal in de lagere sociale klasse. Er ontstaat dus een kloof tussen mensen die de infrastructuur van een rijke sociale omgeving missen en mensen die wel meekomen en digibuddy’s weten te bereiken. Daarmee draagt digidwang bij aan vereenzaming.’

‘De huidige aanpak van de overheid is ondoordacht. We kunnen de online omgeving niet langer negeren. Sterke online sociale netwerken zijn een belangrijk middel voor meer veerkracht, maar dan moeten we elkaar wel helpen.’

Vandaag begint de afvalrace voor de kandidaten die de Britse premier May willen opvolgen. ‘Wie wil die baan, als je goed bij je hoofd bent?’, vraagt Guardian-columnist George Monbiot zich af. Toch maar liefst tien Conservatieven, met Boris Johnson als koploper. Voor het stemmen, waarbij er steeds een of meer kandidaten afvallen, nemen de Tory-parlementsleden een weekje, daarna mogen de leden kiezen tussen de laatste twee en weten we tegen 22 juli wie de gelukkige is. Maar het Britse politieke theater is te fascinerend voor columnisten om even af te wachten. Al was het maar omdat de leidersstrijd begon met de intrigerende kwestie: wie heeft weleens drugs gebruikt?

Monbiot gooit er nog een schepje bovenop: ‘Iedere kandidaat die gek genoeg is om op deze baan te solliciteren, zou moeten worden gediskwalificeerd.’ Hij raadt psychotherapie aan. Monbiot is de linksbuiten onder de columnisten, maar dit keer geeft hij de teneur in vrijwel alle commentaren aardig weer. Schrijfster Tina Brown zoekt haar heil bij de Sex Pistols om de huidige Britse politiek te typeren: ‘Anarchy in the UK’ is de kop boven haar column in het Amerikaanse weekblad Time. Ze veegt de vloer aan met politici van links en rechts. ‘Velen van de hoofdpersonen in de nationale ineenstorting nemen zichzelf niet eens serieus, laat staan dat ze dat van ons verwachten.’ Zeker niet de ‘charlatan Boris Johnson’, die zijn populariteit baseert op ‘de grap dat hij geen principes heeft’.

Op de voorkant van Time: een fotomontage van een zinkende dubbeldekker in de Thames met alle Britse politici in schoolreisjeshumeur. Kop: ‘Hoe Groot-Brittannië stapelgek werd’. Het hoort bij een verhaal van de Britse schrijver Jonathan Coe (nieuwste roman: Middle England), waarin hij de........

© de Volkskrant